De lessen 1 - 3 inclusief de werktaken en opdrachten

 

 

Les 1 bestaat uit een verhaal en daaruit voortvloeiend 3 werkopdrachten. De specifieke opdrachten zijn hieronder  opgenomen.

Deze les begint met een waar gebeurd verhaal, samengevat: juffrouw Aatje de Raadt en meester Evert Bloem uit Koudekerk hebben daadwerkelijk in de gevangenis gezeten omdat een aantal oudere leerlingen een ‘fout’ sinterklaasliedje zongen. Door het bombardement van 14 mei 1940 op Zwammerdam, Koudekerk en Hazerswoude waren veel gebouwen beschadigd, ook de Koudekerkse scholen waardoor de kinderen les kregen in de koorzaal van de Nederlands Hervormde kerk, de Brugkerk. Thijs en Geertje zijn fictieve kinderen. Ene Klaas ‘de Kous’ heeft daadwerkelijk de beide leerkrachten verraden. (Bijlage: Het verhaal: Naar de gevangenis om een sinterklaasliedje)

 

Naar aanleiding van dit verhaal gaat u met de leerlingen in gesprek. Hebt u kinderen in de groep die zelf uit een oorlogssituatie komen, dan is het zinvol om daar aandacht aan te besteden.

Les 1: Hoe is het om in een land in oorlog te leven?

 

Achtergrond informatie voor de leerkracht bij les 1, taak 2.: vindt u hier

Ga met de muis over het vierkantje.

Taak 1: Wat hoort echt bij oorlog?

Start van het gesprek:

Wat uit dit verhaal hoort echt bij oorlog?

Het is aan het kind zelf om dit beoordelen. In een uitwisseling van antwoorden kunnen de kinderen hun interpretatie toelichten.

 

Ga naar Opdracht 1

Taak 2: Wat is er vervelend aan oorlog?

Start van het gesprek:

Voor kinderen veranderde er ook veel na de Duitse bezetting. Nu heb je het in een oorlog niet voor het kiezen maar de vraag aan de kinderen is van 1 tot 5 aan te geven wat zij het meest vervelend zouden vinden als om mee te maken.

Ga naar Opdracht 2

Taak 3:
Wat als jij…

Afronding van deze les:

De kinderen beschrijven een dag in hun leven als ze tijdens de Tweede wereldoorlog geleefd zouden hebben.

 

Ga naar Opdracht 3

Je hebt zojuist het verhaal van Thijs en Geertje gehoord.

Hieronder staan een aantal zinnen die bij het verhaal horen. Wat hoort nu echt bij oorlog?

Kleur het rondje voor de zin.

 

  • Thijs en Geertje gaan naar school.

  • Ze gaan naar school in een kerk.

  • De boerderij naast de kerk is vernield.

  • Geertje heeft nachtmerries

  • Thijs en Geertje gaan tussen de middag naar huis om warm te eten.

  • Op school worden sinterklaasliedjes gezongen.

  • Kinderen maken rare teksten op bestaande liedjes.

  • De juf en de meester worden gevangen genomen omdat kinderen vreemde liedjes zongen.

  • Er staan paarden van Duitsers in de wei.

  • Mensen verraden andere mensen.

  • Je mag pas uit de gevangenis als je belooft niets kwaads over de baas van het land te zeggen.

Opdracht 1

Toen Hitler en de Duitsers de baas in Nederland waren, veranderde het leven voor kinderen ook.

Wat zou jij erg of vervelend vinden?

Maak een top 5. Geef een 1 aan wat jij absoluut niet zou willen meemaken, dan een 2 enz.

 

  • De buren naast je zijn joods en moeten voortaan een gele davidsster dragen. Op een dag worden ze door Duitse soldaten opgehaald.

  • Je vader woont niet meer thuis. Hij moet in Duitsland werken. Je hoort niets meer van hem.

  • Er is bijna niets meer te eten. Jij moet elke dag met een pannetje eten halen bij de centrale keuken van het dorp. Dat eten is meestal echt niet lekker.

  • Je ouders maken zich zorgen, dat kan je zien. Zij weten niet wanneer de oorlog afgelopen zal zijn. Oorlog is gevaarlijk. Jullie hebben honger, het is koud, er zijn geen nieuwe kleren en speelgoed is er al helemaal niet meer.

  • Je moet heel voorzichtig zijn met je fiets. De Duitsers pikken ze allemaal in. Rubberen fietsbanden zijn er niet meer, je banden zijn van gemaakt van oude autobanden.

  • Er wonen vreemde mensen op de zolder van je huis. Je mag dat van je ouders nooit, echt nooit aan iemand vertellen. Als het ontdekt wordt moeten deze mensen en je ouders naar de gevangenis.

  • Je mag ’s avonds na 8 uur niet meer naar buiten van de Duitse bezetter.

  • Alle ramen van het huis zijn verduisterd. Als je de deur opendoet, moet eerst het licht in de gang uit. Als de Duitse bezetter ziet dat er licht uit je huis komt, krijg je een hoge bekeuring. Als je in het donker fiets, moet je heel goed opletten. Ook je koplamp moet bijna helemaal verduisterd zijn.

  • Er wonen Duitse soldaten bij je in de buurt. Je kunt ze niet verstaan maar ze kunnen wel heel mooi zingen. Soms krijg je wat Duits brood van je, maar soms schreeuwen ze tegen je. Ze dragen altijd een wapen.

  • Je kan niet meer naar school. Er is geen brandstof meer en geen elektriciteit.

Je weet dat je vader vaak ’s avonds toch weg is, ondanks de avondklok. Soms zijn er krantjes in huis die jij niet mag lezen. Als je vraagt waar je vader is of wat er in die krantjes staat, zeggen je ouders altijd dat jij een kind bent. Jij hoeft dat nog niet te weten.

Opdracht 2

Je hebt nu een beetje een idee van hoe het is om te leven in een land dat niet vrij is.

Stel je voor dat jij in die tijd geleefd zou hebben. Schrijf eens op hoe een dag voor jou eruit zou hebben gezien.

Opdracht 3
 

Les 2: Wat is er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd in Alphen aan den Rijn?

Introductie:

Deze les gaat specifiek in op de lokale geschiedenis.

Op You Tube staat De bevrijdingsfilm Alphen aan den Rijn. Hierop wordt kort teruggeblikt op de oorlog. Daarna toont het de intocht van de Canadezen op 8 mei 1945 en het grootse onthaal dat de mensen hun bevrijders gaven. Op die 8e mei zijn de Canadezen in alle kernen van de huidige gemeente Alphen aan den Rijn gekomen om de Duitsers te ontwapenen. Dat maakte diepe indruk onder de mensen en natuurlijk ook de kinderen.

Om het geheel voor u als leerkracht wat handzamer te maken staan de 13 verhalen ook samengevat op de website.

Hieronder volgen 3 opdrachten. Voor het maken van opdracht 3 is filmapparatuur nodig. Dat kan een telefoon, fototoestel of tablet zijn. Ter afsluiting van de tweede les: Dit zou kunnen beginnen met het tonen van de gefilmde nieuwsitems.

Op de website zijn 13 verhalen te vinden van waargebeurde situaties. De kinderen kunnen de verhalen hier vinden en bekijken. Vervolgens kiezen ze er in groepjes één verhaal uit waar ze mee aan de slag gaan. Zie werkblad 2.

Mocht u het als leerkracht wenselijk vinden, dan kunt u vanzelfsprekend ook een voorselectie maken.

Afhankelijk van de kennis van de leerlingen is het goed van te voren een aantal begrippen als Jodenvervolging, bombarderen, illegale kranten, razzia, onderduiken, ondergrondse of verzet te bespreken.

 

De kinderen hebben nu het een en ander gehoord en gelezen over de Tweede Wereldoorlog.

  • Wat heeft de meeste indruk op hen gemaakt!

  • Wat hoop je zelf nooit mee te hoeven maken?

Taak les 2:
13 verhalen

Op de website staan 13 verhalen over mensen en gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Al die verhalen zijn in Alphen aan den Rijn zelf gebeurd.

 

Bekijk in drie- of viertallen de verhalen.

Welk verhaal spreekt jullie aan?

Lees het verhaal goed.

Opdracht 1:

Hoe kan je zien dat dit een verhaal uit de oorlog is?

Opdracht 2:

Maak een samenvatting in de vorm van een woordspin van het verhaal in steekwoorden. Zet de titel van jullie verhaal in de cirkel en schrijf daaromheen belangrijke belangrijke feiten?

Opdracht 3:

 

Stel dat er toen ook een jeugdjournaal was en jij bent een verslaggever. Jij moet verslag doen van wat je zojuist hebt gelezen. Bedenk eerst samen wat jullie willen gaan zeggen. Wie wil je interviewen. Vergeet hierbij je steekwoorden niet te gebruiken. Een van jullie is de verslaggever, een de geïnterviewde en een ander filmt. Bedenk ook waar je filmt. Kunnen jullie een geschikte foto vinden die op het digibord wordt gezet? Dat zou een mooie achtergrond kunnen zijn.

Misschien vinden je klasgenootjes het wel leuk om te zien wat jullie hebben opgenomen?

Les 3:  Wat is vrijheid voor jou?

 

De kinderen hebben kennis gemaakt met de Tweede Wereldoorlog in Alphen aan den Rijn en wat het betekent om te leven in een land waar je niet vrij bent.

Niet vrij zijn betekent voor iedereen wat anders, vrijheid dus ook.

In les 3 gaan we op creatieve wijze met de kinderen ontdekken wat vrijheid voor hen betekent. Het motto daarbij is "verbeeld je vrijheid"

 

Daarvoor worden aantal lestips gegeven waarin u zich kunt laten bijstaan door een deskundige op dat gebied. In Alphen aan den Rijn, worden die deskundigen uit de kunst en cultuurdisciplines in samenwerking met de scholen, gevraagd door Het Cultuurpalet en de Projectgroep 75 jaar vrijheid in Alphen aan den Rijn..

Als overige lessuggesties kunnen nog worden vermeld:

  • Haiku's maken

  • Elfjes maken

  • Gedichten schrijven

  • Liedjes uit bezettingstijd

  • Muziek vroeger en nu

  • Teken/schilder "vrijheid"

  • Maak een vrijheidsfoto

  • Vertel een oorlogsverhaal aan je broertje/zusje

  • Maak een landkaart van "vrije landen"

  • Maak een landkaart van "onvrije landen"

  • Maak een opstel over: "Leg een vis uit wat water is"

  • Maak een opstel over oorlog in jouw familie

  • Maak een tekening/schilderij over de oorlog

  • Maak met je mobiel een sirefilmpje voor de campagne "opdat wij niet vergeten"