13. Daar komen de bevrijders!

Op 8 mei 1945 bereikten de Canadezen Alphen aan den Rijn. Een stoet militairen deed er een aantal dagen over om van Wageningen naar Den Haag te rijden. In elke stad en dorp werden ze met grote vreugde onthaald. In het kielzog reden Nederlandse militairen van de Prinses Irene Brigade.


Op de scholen in Koudekerk en Hazerswoude is het erg onrustig die eerste maandag na de bevrijding. Nederland was weer vrij! Er waren zelfs voedselpakketten aangevoerd. De meeste gezinnen haalden nog steeds, net als voor de bevrijding, hun eten bij de gaarkeuken. Het laatste half jaar was er zo weinig eten, geen stroom en geen brandstof. Het was heel moeilijk om thuis eten te koken. Vanaf december werd er in een oude kaasmakerij van een boerderij voor het hele dorp tegelijk gekookt. Iedere middag kon daar eten worden gehaald. Waterige soep, smakeloze stamppot of pap. Dat zou nu snel voorbij zijn.

De kinderen waren die winter nauwelijks naar school geweest. Er was daar ook geen brandstof en stroom, bovendien was een van de drie scholen in Hazerswoude-Rijndijk en een van de twee in Koudekerk door Duitse soldaten in gebruik genomen. De oudere kinderen kregen soms les ergens op een zolder, in een schuur of in een zomerhuis. Meestal kregen ze werk voor een hele week op. Dat moesten ze thuis maken en een week op school inleveren.

De na de bevrijding maandag hoorden de kinderen dat de bevrijders de volgende dag over de Rijndijk van Alphen naar Leiden zouden rijden.

Eindelijk zouden de mensen kunnen zien wie het land bevrijd hadden. De zusters die les gaven op een van de scholen aan de Rijndijk bedachten een plan. De oudere schoolkinderen zouden de volgende dag samen de bevrijders gaan begroeten. Eerst zouden de leerlingen van de vijf scholen van Hazerswoude en Koudekerk elkaar ophalen. Van Hazerswoude over de brug naar Koudekerk en dan met bootjes de Oude Rijn over terug naar de Rijndijk. Voor de Scheepjeskerk stond de laatste Hazerswoudse school. De schoolkinderen zouden dan weer richting Alphen lopen, de bevrijders tegemoet.

Niemand wist precies hoe laat de Canadezen zouden komen. Het was een mooie lentedag, die 8e mei. Overal wapperden vlaggen. Al vroeg in de ochtend reden de eerste militaire voertuigen over de Gouwsluisbrug Alphen in. Een daarvan was een keukenwagen. De voertuigen stopten voorbij de brug en soldaten begonnen met het koken van een maaltijd voor de militairen die nog zouden komen. Om 2 uur was het dan eindelijk zo ver. Een lange stoet Canadese voertuigen, jeeps, trucks, vrachtwagens en motoren trok door het centrum van Alphen. Er stonden zoveel opgetogen, blije mensen langs de weg dat de wagens nauwelijks vooruit kwamen. De soldaten deelden sigaretten en chocola uit.

Later die dag kwamen er ook Nederlandse militairen aanrijden. Zij behoorden allemaal tot de Prinses Irene Brigade. Aan hun wagens wapperde de Nederlandse vlag met een oranje leeuw. De omstanders juichten zo mogelijk nog harder. Een van de Nederlandse jongens, Aak van Dam, was geboren in Alphen. Hij was voor de oorlog naar Zuid-Afrika verhuisd omdat er in Nederland toen veel armoede was. Tijdens de oorlog was hij naar Engeland gegaan om bij de Prinses Irene Brigade aan te sluiten. In Alphen zag hij familie weer. Hij had ze jarenlang niet meer gezien. Wat waren ze blij elkaar weer te zien.

Langzaam reed de stoet door naar Boskoop en Benthuizen en verder langs de Rijn.

De Rijndijk was toen een hele belangrijke weg, de enige grote weg van Utrecht naar Den Haag. Daarom wist iedereen zeker dat de bevrijders daar te zien zouden zijn.

Daar waren ze dan eindelijk! Opnieuw reden de wagens heel langzaam en deelden soldaten chocola en sigaretten uit. Meisjes klommen op de vrachtwagens of achter op een motor om een stukje mee te rijden. De Canadese soldaten zagen er zo knap uit. Net als de volwassenen juichten en joelden de kinderen toen ze de Canadezen zagen. Er werd hard met vlaggetjes gezwaaid. Wat een feest! De kinderen genoten van al die schitterende wagens, ze hadden zelfs een zwarte motorrijder gezien. Die meesten hadden nog nooit een gekleurde man gezien.

Ook de Prinses Irene Brigade reed door Hazerswoude. In een van de voorste wagens zat prins Bernhard. Een wagens stopte. Een van de Nederlandse soldaten, Dirk de Bruin uit Hazerswoude-Dorp, vroeg aan een groepje mensen of iemand een briefje naar zijn verloofde Dit Vermeulen in Benthuizen wilde brengen. Natuurlijk! Voor de bevrijders had men alles over. Zo hoorde Dit dat het goed ging met haar verloofde en dat ze elkaar gauw weer zouden zien.

Op die 8e mei was duidelijk zichtbaar dat Nederland bevrijd was, de kinderen hadden met eigen ogen de bevrijders kunnen zien.


terug

 

let op: deze site werkt niet (goed) op mobiel en tablet!!!

terug naar boven

in de pagina