10. Razzia, snel wegwezen!

In Duitsland moesten de mannen in het leger. Daardoor moesten Nederlandse mannen in Duitse fabrieken of op boerderijen werken. Dat wilden de meesten niet. Op 17 januari 1945 kwam een grote groep Duitse soldaten in Hazerswoude-Dorp om zoveel mogelijk mannen op te pakken om in Duitsland te gaan werken. Sommigen wisten nog te ontsnappen. Het leven in Duitsland was zwaar, veel mensen werden ziek. Daarom keerden niet alle mannen na de oorlog terig naar huis.


Veel Nederlandse mannen moesten in Duitsland werken. De Duitse mannen moesten vechten en de Duitse oorlogsindustrie draaide op volle toeren. Nederlandse mannen wilden niet in Duitsland werken en zeker niet de Duitsers helpen om de oorlog langer te laten voortduren.

Ook toen Duitsland al duidelijk aan het verliezen was, moesten er nog veel mensen naar Duitsland. Daar konden zij immers de bevrijders in Nederland niet helpen. De mannen gingen niet graag naar Duitsland, zij doken onder om niet gepakt te worden. In januari hielden Duitse soldaten veel razzia’s, dat wil zeggen dat ze met veel militairen tegelijk een dorp inkwamen om mannen op te pakken.

Op woensdagochtend 17 januari 1945 gebeurde dit in Hazerswoude-Dorp. Van twee kanten, vanaf de Gemeneweg en het Westeinde, kwamen soldaten het dorp in. Er was een kerkdienst die morgen in de katholieke kerk, speciaal om te bidden voor de vrede. Iemand rende de kerk in en riep: ‘Razzia! Wegwezen!’ Alle mannen tussen de 17 en 40 jaar renden de kerk uit. Het was koud en mistig, de sloten waren bevroren. Snel zochten de mannen een veilig heenkomen thuis of als dat te ver was bij anderen. De Duitse soldaten doorzochten alle huizen en boerderijen. De vrouw van de dominee die op de hoek van de Gemeneweg woonde, zag wat er gebeurde. Zij trok haar jas aan en zette haar hoed op. Zo liep zij door de Dorpsstraat. Mensen keken een beetje verbaasd. De domineesvrouw met een hoed op? Op woensdag? Sommigen liepen naar haar toe om te vragen wat er aan de hand was. Zij vertelde dat er een razzia aan de gang was. Zonder aandacht te trekken van de Duitsers wist zij vele mannen te waarschuwen.

Sommige mannen waren zo goed verborgen dat ze niet gevonden werden. Een jongeman, Arie Stolk, die in Hazerswoude ondergedoken zat, rende over de sloot het land in. De Duitsers zagen hem wegrennen en schoten hem dood.

Een grote groep werd wel opgepakt en bij de Gemeneweg, voor melkboer Vreugdenhil, verzameld.

Een paar Duitsers hielden alles goed in de ga­ten. Dominee Heuzeveldt ging een kijkje nemen bij de jon­gens. Hij vroeg aan de Duitsers of hij mocht bidden voor een veilige thuiskomst van de jongens. Dat vonden ze goed. De dominee klom op een kistje en begon te bidden. De Duit­se soldaten deden uit eerbied ook hun ogen dicht. De dominee bad langdurig maar hield zelf zijn ogen half gesloten. Hij zag door zijn oogharen heen dat een aantal jongemannen wegsloop. Bij het huis van melkboer Anton Vreugdenhil stond de voordeur op een kier. Een jongeman vloog direct naar binnen en verschanste zich op zol­der. In de kamer beneden zat een aantal Duit­sers. Zij hadden wat gerommel gehoord en gingen kijken. Zij zagen dat de voordeur niet goed gesloten was. De deur werd dicht gedaan en ze dachten dat het geklepper van de deur de oorzaak was van het lawaai.

Na het gebed moesten de jongens onder militaire bewaking naar Leiden lopen. De vader van Wim van Vliet stopte hem nog wat pruimtabak toe. Hij hoopte dat Wim de tabak in zijn mond zou stoppen en de tabakssappen zou doorslikken. Dan zou hij kotsmisselijk worden en maakte hij kans om vrij gelaten te worden. Helaas snapte Wim het plannetje van zijn vader niet, hij had net sigarettenshag weten te bemachtigen en had geen trek in pruimtabak.

In Leiden werden de mannen ondergebracht in een school. Aan het eind van de middag gingen ze in een restaurant een broodje kaas eten. Toen wist nog iemand te ontsnappen. Een man zag een vrouw aan komen, hij gaf haar een arm alsof hij haar vriendje was. Ze draaiden zich om en liepen gewoon weg. Geen Duitser die het doorhad.

Onderweg naar Duitsland sprongen enkele jongens uit de trein. Op sommige plaatsen reden de machinisten langzaam. Misschien deden ze dat wel zodat er mannen konden ontsnappen. Zo wist een enkeling weer veilig thuis te komen.

Deze razzia maakte veel indruk op de mensen door de vele verhalen die nog jaren later verteld werden. Verhalen van mannen die niet ontdekt waren, succesvolle ontsnappingen maar ook over mannen die niet zijn teruggekeerd. Wim van Vliet vertelde over wat hem en zijn vrienden Hans Hoogeveen, oorspronkelijk uit Aarlanderveen maar ondergedoken in Hazerswoude, en Theo de Boer was overkomen. Het feit dat die laatste twee, met de bevrijding in zicht, in Duitsland door ontberingen waren gestorven, maakte diepe indruk op de dorpsgenoten.


terug

 

let op: deze site werkt niet (goed) op mobiel en tablet!!!

terug naar boven

in de pagina