12. Elly Rodriques, een verhaal met een goede afloop

In alle dorpen rond Alphen zaten veel onderduikers, ook joodse mensen. Elly Rodriques woonde bij juffrouw Grietje Bogaards in Hazerswoude-Dorp. Zij werd niet ontdekt of verraden, hoewel het soms niet veel scheelde. Elly kwam uit Amsterdam. Zij overleefde de oorlog, een meisje dat zij op haar schoolplein in Amsterdam had leren kennen, Anne Frank, helaas niet.

Elly Rodriques was op 23 april 1931 geboren. Zij en haar ouders Bram en Lea en broer Henri waren joods en woonden in Amsterdam. Na de zomervakantie van 1941 wilde Elly graag weer naar school. De vakantie was saai geweest. Joodse mensen mochten nergens heen van de Duitse bezetter. Niet naar het strand, niet naar de bioscoop en ook niet naar het zwembad. Ze mocht ook niet terug naar haar oude school. Voortaan moest ze naar de Portugees-Joodse School. Elly had direct geen zin meer in school. Natuurlijk ging ze wel en daar maakte ze kennis met een meisje, dat met haar zus en ouders van Duitsland naar Amsterdam was verhuisd. Elly sprak het meisje op het schoolplein aan en vertelde haar wie ze was. Het meisje antwoordde met een zwaar Duits accent, dat ze Anne heette, Anne Frank.

Elly merkte dat er elke dag wel joodse mensen werden opgepakt om niet meer terug te keren. Haar vader besloot onder te duiken om te voorkomen dat ze gevangen genomen zouden worden door de bezetters. Hun eerste onderduikadres was een zolder met twee kamers, die zij moesten delen met een ander joods gezin. Tijdens hun verblijf van bijna een jaar op dit onderduikadres konden de kinderen tussen acht uur ’s morgens en vijf uur ’s avonds niet bewegen. De kans dat zij zouden worden gehoord door mensen die in het gebouw werkten of die zo maar voorbij kwamen was te groot. Mensen kregen zelfs geld voor het verraden van joden. Overdag kregen de kinderen les van Lea. Ze mochten ook wel spelletjes spelen, als het maar zachtjes ging. Bram en Lea deden heel erg hun best om het leven zo normaal mogelijk te laten zijn. Na 5 uur ’s middags mocht er meer. De ondergrondse zorgde voor eten en vertelde het laatste nieuws. Op een dag hoorden ze dat de buren waren opgepakt. Het zou niet lang duren voordat ook zij weggevoerd zouden worden. In het diepste van de nacht vertrok het gezin naar een ander onderduikadres. De eerste van een hele reeks. Een keer gingen ze met een ambulance, een andere keer zelfs met een lijkwagen. Daar keken de Duitsers liever niet in.

In het najaar van 1943 besloot Bram Rodrigues dat er een einde moest komen aan het voortdurend vluchten. Met de hulp van een zakenrelatie en de ondergrondse kon hij zijn dochter Elly op 30 september achterlaten bij Grietje Bogaards in Hazerswoude. Henri werd bij een zus van Grietje, Aartje, ondergebracht in Alphen. Daar had zij een textielzaak. Nu de kinderen veilig waren hoopten Bram en Lea een geschikte plek in het centrum van Utrecht te vinden.

Elly begon een nieuw leven in Hazerswoude. Zij moest vertellen dat zij door Grietje geadopteerd was omdat haar ouders waren overleden. Grietje hielp Elly haar nieuwe rol aan te nemen. Ze kreeg een nieuwe naam, Van Tol, net als haar ouders op hun valse persoonsbewijzen hadden staan. Elly kreeg ook een nieuwe godsdienst, Nederlands Hervormd. Ze speelde zelfs orgel in de kerk. Zij ging naar de school waar Grietje les gaf. Zodoende kon Grietje Elly goed in de gaten houden en beschermen als dat nodig zou zijn. Zo groeide er een hechte band tussen Elly en Grietje.

Bram kwam geregeld naar Hazerswoude om Elly te bezoeken. Op 15 december 1943 werden Bram en Lea verraden en gearresteerd. Via Utrecht en Amsterdam kwamen ze in Westerbork terecht. Elly was in die tijd heel bang. Zouden ze haar ook oppakken? Grietje besloot Elly een tijdje te verbergen in het noorden van Nederland. Ze brachten samen ruim zes weken door op een zolderkamer van een onderduikadres. Hun vertrek riep in Hazerswoude vraagtekens op. Wat was er aan de hand? Na een paar weken hoorde Grietje dat ze beter konden terugkeren. Na de oorlog vertelden mensen uit Hazerswoude dat zij wel dachten dat Elly joods was, maar dat zij weigerden haar te verraden.

Elly overleefde de oorlog. Haar broer Henri ook. Pas in 1960 vertelde het Internationale Rode Kruis dat hun ouders in Auschwitz vergast waren. In 1952 emigreerde Elly met haar man Ernest Cassutto naar Amerika.

Grietje en haar zus Aartje ontvingen in 1986 een hoge joodse onderscheiding voor hun hulp aan de kinderen Elly en Henri, de Yad Vashem. Grietje haar naam staat ook op ‘de muur van de redders’ in Washington. Zij staat daar vermeld als een van de rechtvaardige niet-joden die joden beschermde. Elly en Grietje hielden contact tot Grietje in 1964 overleed.


terug

 

let op: deze site werkt niet (goed) op mobiel en tablet!!!

terug naar boven

in de pagina