4. Meester of meester?

Het verhaal van Jan Willem Hoornenborg.

Jan Willem Hoornenborg was hoofd van de Oranjeschool. Hij zat in het verzet. Op een dag is hij verraden en toen kwamen de Duitsers hem zoeken. Het had niet veel gescheeld of hij had weg kunnen komen. Helaas liep het anders af.


Jan Willem Hoornenborg was hoofd van de Oranjeschool in de Zaalbergstraat in Alphen. De meester was in het verzet. Hij hielp onderduikers met het vinden van een geschikte plek. Dat deed hij niet alleen. Jan Willem was 43 jaar en niet getrouwd. Hij woonde in een pension op Hazeveld 1. Verderop in de straat woonde op nummer 13 Albertus, Bert, Meijer en zijn vrouw. Bert Meijer was advocaat en werd daarom meester Meijer genoemd. Hij kon onderduikers aan vervalste papieren helpen. Hij had een hoge functie binnen het verzet. Hij reisde vaak om onderduikplekken te regelen. Mensen uit Alphen en omstreken doken meestal in andere plaatsen onder. Zo konden ze niet herkend worden door bijvoorbeeld ‘foute’ politieagenten of dorpsgenoten. Andersom kregen mensen elders uit het land hier een onderduikadres. Bert Meijer was in het bezit van een document waarin stond dat hij zijn fiets nooit hoefde in te leveren aan een Duitser. Heel weinig mensen in Nederland beschikten over zo’n pas. Als hij door een Duitse soldaat of agent werd aangehouden, toonde hij die pas. De Duitser die het papier zag was dan altijd onder de indruk. Die man met die pas moest wel heel belangrijk zijn!

Op 4 april 1944 kreeg meester Meijer een telefoontje. Een onbekende waarschuwde hem dat de Duitsers hem op het spoor waren en dat hij moest maken dat hij wegkwam. Een van de onderduikers, een oud-leerling van Jan was opgepakt. Hij had de Duitsers verteld hoe hij aan voedselbonnen was gekomen: die had hij van zijn oude meester gekregen. Zo wist de Duitse politie wie er in het Alphense verzet actief waren. Een lid, Jacobus Groeneveld, die verantwoordelijk was voor de voedselbonnen, was al opgepakt. Bert Meijer zei tegen zijn vrouw, dat zij direct het huis moest verlaten en naar vrienden moest gaan. Hij ging zelf op zoek naar die andere meester, Jan Hoornenborg.

In die tijd waren alle scholen bezet door Duitse soldaten. Zij woonden daar. De kinderen kregen daarom les in schuren, pakhuizen, op zolders, leegstaande gebouwen en andere vreemde ruimtes. Meester Bert Meijer wist niet goed waar meester Hoornenborg zijn klas was. Hij ging eerst naar het pension waar Jan woonde. Toen hij daar aankwam zag hij de Duitsers al voor het huis staan. Om geen argwaan te wekken, deed hij net alsof hij ook nieuwsgierig was naar wat er gebeurde en ging hij bij een groepje mensen op de stoep staan. De pensionhoudster opende de deur en vertelde de Duitsers dat de meester op de zolder van de timmermanswerkplaats van de gebroeders Van Hemsbergen in de Vondelstraat was. Bert Meijer stapte naar voren en zei dat de pensionhoudster zich vergiste. Hij vertelde dat de timmermanswerkplaats ook gevorderd was en dat de meester nu les gaf in het IJsclubgebouw. Dat stond bij het huidige gemeentehuis. Hij ging daarna snel naar de Vondelstraat om zijn vriend te waarschuwen. Jan wilde eerst de les afmaken en de dag afsluiten met gebed. Bert Meijer bleef dit niet afwachten. Hij rende weg……recht in de armen van de Duitsers. De Duitsers arresteerden ook Jan Hoornenborg. Toen hij wegliep, riep een van de kinderen nog dat hij zijn tas was vergeten. Met tegenzin pakte de meester zijn tas op. Onderweg probeerde Jan zijn tas nog weg te gooien. Toen nam een Duitsers de tas over. Beide mannen werden op het politiebureau verhoord. In de tas van meester Hoornenborg zaten papieren die hem verraadden als lid van het verzet. Aan meester Meijer vroegen ze of hij ook les gaf aan de Oranjeschool. ‘Ja’, antwoorde hij. ‘Oh’, zei de ondervrager, ‘dan bent u niet de man die we zoeken. Wij zijn op zoek naar advocaat Meijer.’ Daarom mocht Bert Meijer weer vertrekken. Hij en zijn vrouw doken direct onder in Woubrugge. Hij wist dat zijn huis bewaakt werd. Moedige buren wisten die nacht de spullen uit zijn huis te halen. Hadden ze dat niet gedaan, dan hadden de Duitsers het gedaan. Meester Meijer werd een van de topfiguren in het verzet in Nederland. Na de oorlog werkte hij weer in Alphen als advocaat.

Meester Hoornenborg werd naar kamp Vught gebracht. Daar werden hij en Jacobus Goeneveld op 30 augustus 1944 gefusilleerd, doodgeschoten. Andere Alphense gevangen moesten hier naar kijken.

In de Oranjeschool, nu de Windroos, is een gedenksteen voor de meester te vinden. In de J.W. Hoornenborgschool, nu de Rehobothschool in de Anna van Burenlaan is er ook een.


terug

 

let op: deze site werkt niet (goed) op mobiel en tablet!!!

terug naar boven

in de pagina