Naar de gevangenis om een sinterklaasliedje.

Het is 5 december 1940. Sinds een half jaar is Nederland niet meer vrij. Op 10 mei vielen Duitse soldaten Nederland binnen. Na vijf dagen oorlog gaf Nederland zich over. Sindsdien zijn de Duitsers de baas. Het volgende verhaal is echt gebeurd op een school in Koudekerk. De namen van de kinderen zijn wel verzonnen.




Het is donderdagmiddag 12 uur. Thijs en Geertje trekken hun klompen aan en verlaten de kerk. De kerk? Ja, de kerk. Hun school was op de laatste oorlogsdag, op 14 mei, compleet verwoest. Geertje had nog wel eens nachtmerries over wat er die dag gebeurde. Die fluitende bommen, de rook boven de boerderij naast de kerk toen er brand was uitgebroken nadat er een bom opgevallen was. Al die dode koeien die ze gezien had. Het puin en die glasscherven die op de straat lagen. Het ergste vond Geertje dat een van haar klasgenootjes en zijn hele familie die dag zijn omgekomen. Ze wilde er liever niet meer aan denken.

Omdat hun school was vernield, kregen de oudere kinderen les in de koorzaal van de kerk naast de Koudekerkse brug. Thijs was al 12 en Geertje 10. Nu zaten ze opeens in dezelfde klas. Ze lopen via de Dorpsstraat naar de Lagewaard waar hun boerderij staat. Thijs aait onderweg nog even een paard in de wei. De Duitsers hebben ze meegenomen. Het zijn pracht beesten vindt Thijs.

Het is gezellig geweest op school. De kinderen kunnen niet wachten om er thuis over te vertellen. Als ze in de keuken komen, heeft moeder het eten al klaar. Vader zit al aan tafel en ook oom Klaas is aangeschoven. Dat gebeurt wel vaker. Thijs en Geertje laten hun klompen bij de deur, wassen hun handen en gaan gauw aan tafel. De aardappels en boontjes staan al op tafel. Na het gebed begint Geertje direct te vertellen over hoe mooi haar juffrouw de liedjes op de piano had begeleid. De kinderen hadden Sinterklaas gevierd en daar horen natuurlijk sinterklaasliedjes bij. Thijs voegt er aan toe dat zijn meester met pepernoten had gestrooid. Wat een traktatie! Hij vertelt dat hij zo ontzettend had moeten lachen toen een paar grote jongens stiekem een andere tekst hadden gezongen op Zie ginds komt stoomboot. Dat is Geertje een beetje ontgaan en zij vraagt hem dan ook wat de jongens hadden gezongen. Thijs zong uit volle borst: Zie ginds komt de stoomboot uit Engeland al aan. Hij brengt ons Wilhelmientje, ik zie haar al staan. Hoe waaien de wimpels in rood, wit en blauw. Laat Hitler maar basten, wij blijven haar trouw.

Vader en moeder moeten ook een beetje gniffelen als ze horen wat Thijs zingt. Het zou inderdaad een mooi gezicht zijn als koningin Wilhelmina op een boot terug zou komen naar Nederland en als ze de Duitsers het land uit zou schoppen. Oom Klaas kan er niet om lachen en vraagt Thijs nog eens het liedje te zingen. Dat doet hij maar nu wat sneller en minder hard. Na afloop reageert oom Klaas boos. Hij vindt het een schandelijk lied. We moesten juist blij zijn dat Hitler nu de baas in Nederland is. Komt het eindelijk eens goed met het land. De hele wereld zou wel zo’n sterke leider als hij kunnen gebruiken. Oom Klaas eet zijn bord leeg, bedankt zijn schoonzus voor het eten en verlaat de boerderij. Ook de kinderen moeten weer terug naar school. Ze voelen zich niet zo vrolijk meer. Wat een zeurpruim, die oom van hun.

Een week later komen twee Duitse politieagenten op school om met meester Bloem te praten. Hij moet zelfs mee naar het hoofdbureau van de Duitse politie in Gouda. De meester moet uitleggen waarom hij niet heeft ingegrepen toen die grotere jongen dat vreemde sinterklaasliedje zongen. Het was een grote belediging van Hitler. Gelukkig mag de meester diezelfde avond weer naar huis. De volgende dag, op vrijdag 13 december, wordt ook juffrouw De Raadt verhoord. De kinderen vinden het maar niets, dat gedoe met die politie op school.

Op zaterdag is Aatje de Raadt op de koffie bij meester Evert Bloem om te praten over wat er gebeurd is. Dit keer staat de politie bij de meester thuis voor de deur. De juf en de meester moeten mee en worden naar de gevangenis in Scheveningen gebracht.

Als Thijs en Geertje die maandag op school komen, zijn de meester en de juffrouw er niet. Als ze dat tussen de middag thuis vertellen, begrijpen vader en moeder pas wat er gebeurd is. Oom Klaas had aan de Duitse politie verteld wat hij op 5 december van de kinderen had gehoord. De Duitse bezetter wil niet dat hun leider belachelijk wordt gemaakt. De Duitsers willen ook niet dat de mensen nog aan hun koningin denken. De juf en de meester hadden niet goed opgelet. Ze hadden moeten ingrijpen. Omdat ze dit niet hadden gedaan, zaten ze nu in de gevangenis.

De burgemeester van Koudekerk laat het er echter niet bij zitten als beide leerkrachten in het nieuwe jaar nog vastzitten. Hij schrijft op 8 januari 1941 een brief aan de hoogste Duitse politieagent in Gouda en aan Seyss-Inquart. Deze man is namens Hitler de baas in Nederland. Burgemeester Verheul schrijft dat de hoofdmeester en de juffrouw zeer gemist worden op school. Hij verzoekt heel beleefd om ze te vrij te laten. Dominee van Binsbergen gaat zelfs op bezoek bij Seyss-Inquart om persoonlijk te vragen om de vrijlating van Aatje de Raadt en Evert Bloem.

De brief en het bezoek hebben succes. Op 20 januari worden beide leerkrachten vrijgelaten. Burgemeester Verheul krijgt een brief in het Duits waarin staat dat ze niet langer vast worden gehouden, maar dat de juf en de meester voortaan wel trouw aan de Duitse bezetter moeten zijn. Zo niet dan staat hen een lange straf te wachten!

Thijs, Geertje en de andere kinderen zijn blij en opgelucht hun leerkrachten weer te zien. De grote jongens die het liedje hadden gezongen, begrijpen inmiddels wel dat ze voorzichtiger moeten zijn. Thijs en Geertje nemen zich voor nooit meer zo iets te vertellen waar oom Klaas bij is.

Zo gaat het dus als je land bezet is!


terug

 

let op: deze site werkt niet (goed) op mobiel en tablet!!!

terug naar boven

in de pagina