Thema 1

Ga met de muiscursor over de vlakken hieronder om tekst te kunnen lezen.

Sommige plaatjes kun je op klikken.

Eerste Wereldoorlog

Tussen 1914 en 1918 maakt de Grote Oorlog wereldwijd slachtoffers. Nederland is neutraal en blijft buiten de directe strijd. Het heeft echter wel te maken met vraagstukken binnen die neutraliteit: rond mobilisatie, persvrijheid, vluchtelingen en schaarste. Het Nederland van toen had 6 miljoen inwoners. Het kreeg in de eerste oorlogsperiode te maken met 1 miljoen Belgische vluchtelingen, waarvan het grootste deel naarmate de oorlog vordert naar huis terugkeert. Rantsoenering moet de schaarste aan levensmiddelen en goederen in goede banen leiden. De import loopt na 1917 sterk terug waardoor grote tekorten dreigen, de prijzen sterk stijgen en zwarthandelaren slaan hun slag. Meer dan vijftig producten gaan op de bon: benzine, hout, metaal, zeep, uien en textiel. In 1917 is ook het jaar van de Spaanse griep en het flinke aantal doden ten gevolge daarvan. Het einde van de Grote Oorlog is niet direct ook het einde van de malaise. Dat geldt in heel Europa. In Rusland vindt in 1917 de Oktoberrevolutie plaats waarbij de Tsaar en zijn gezin worden vermoord. In november 1918 doet de socialistische voorman Pieter Jelle Troelstra een vergeefse oproep tot een socialistische revolutie in Nederland. Daarmee moet een einde komen aan het kapitalisme. De revolutie mislukt maar de onrust blijft.

Luchtbeschermingsdienst afdeling Alphen aan den Rijn

De Luchtbeschermingsdienst afdeling Alphen aan den Rijn wordt in 1938 opgericht. Burgemeester Colijn roept mannen op zich te melden als vrijwilliger.

Op 4 oktober van dat jaar wordt de eerste oefening gehouden. Inwoners wordt geleerd dat elke oefening net als een heuse aanval begint met drie minuten sirenes of stoomfluiten. Na afloop luiden de kerklokken. Om verwarring te voorkomen kunnen die klokken en sirenes niet meer voor andere doeleinden worden gebruikt. Bij de derde oefening op 6 maart 1940 moest het hele dorp, inclusief de straatlantaarns verduisterd worden.

Alphen is het centrum voor de zestien omliggende gemeentes. Het moet indien nodig de gewonden met een straal van Leiderdorp tot Barwoutswaarder (nu Woerden) huisvesten en van medische hulp voorzien. Ter voorbereiding wordt een noodhospitaal voorbereid en in het schoolgebouw en de kerkzaal van de Marthastichting.

Bij de tweede oefening van de luchtbeschermingsdienst oefent de geneeskundige dienst onder leiding van dokter J.H.J. Pilon. De dienst had ‘oefengewonden’ tot de beschikking. In volledige duisternis moeten deze door het personeel met gasmaskers op naar het ziekenhuis worden gebracht. Ook de zeven gasverkenners oefenen in het bepalen van het type gas dat zou zijn vrijgekomen, gevaarlijk of niet. Ook moeten zij een gebied rond het station ontsmetten.

Half januari 1939 is er een voorlichtingsbijeenkomst voor de inwoners in het voormalige raadhuis van Aarlanderveen in de Raadhuisstraat.

Duitsland

Eerste Wereldoorlog

De oorlog van 1914-1918, de Grote oorlog en later de Eerste Wereldoorlog genoemd, heeft 11 miljoen doden tot gevolg en laat een gehavende wereld achter. Alle grootmachten van de wereld waren bij de strijd die om verschillende redenen was uitgebroken betrokken. Het was een oorlog tussen twee machtsblokken: aan de ene kant stonden onder andere Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië, aan de andere het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland. Na de oorlog vragen overal ter wereld wezen, weduwen en oorlogsverminkten om hulp. Verwoeste gebieden moeten weer worden opgebouwd.

In 1919 en 1920 werken de overwinnaars vredesverdragen uit, waaronder het Verdrag van Versailles, dat Duitsland in 1919 ondertekent. Door in Midden-Europa nieuwe grenzen te tekenen, zorgen de makers van dit verdrag echter voor veel ongenoegen, voornamelijk in Duitsland en Rusland. Hoewel de overwinnaars meer dan ooit in vrede geloven, zal de verschuiving van de grenzen één van de oorzaken worden van de Tweede Wereldoorlog.

s0008 Nederlandse verdedigingslinies.jpg

Opkomst Hitler

Na de Eerste Wereldoorlog voelt Duitsland zich vernederd. In het Verdrag van Versailles wordt het land verantwoordelijk gesteld voor de oorlog. Duitsland wordt veroordeeld tot betaling van herstelkosten. Als het aan zijn verplichtingen zou moeten hebben voldoen zou Duitsland tot 1986 hebben moeten betalen. Het land moet bovendien sommige gebieden afstaan zoals het Rijnland. Ten slotte worden de legertroepen en de wapenvoorzieningen beperkt. Duitsland is 212 miljard mark armer, een zevende van zijn grondgebied kwijt en een tiende deel van de bevolking.

Door de beurscrisis is de VS genoodzaakt de financiële hulp aan Duitsland stop te zetten. Dit Young-Dawespact stelde Duitsland in staat geld te lenen om de enorme herstelbetalingen aan Engeland en Frankrijk te betalen. Deze landen gebruikten op hun beurt het geld weer om hun oorlogsleningen aan de VS af te betalen. Na het wegvallen van het Amerikaanse geld, ontstaat er in Duitsland grote werkloosheid en armoede.

De slechte economische toestand van vele landen en hun politieke verscheurdheid vormen een gunstige voedingsbodem voor de opkomst van dictatoriale regimes. De in Oostenrijk geboren leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), Adolf Hitler, wordt op 30 januari 1933 rijkskanselier. In een hele korte tijd weten de nazi’s de republiek om te vormen tot een dictatoriale eenpartijstaat op nationaalsocialistische leest geschoeid. In dat Duitsland is sprake van slechts één machtige leider, de Führer, Hitler zelf, die geen tegenstand duldt.

De opbouw van het leger, de wapenindustrie en de aanleg van wegen heeft prioriteit. Daardoor neemt de werkloosheid af en ontstaat er zelfs een tekort aan arbeidskrachten. De Nederlandse regering stimuleert dat werklozen in Duitsland gaan werken. Dat scheelt weer in de staatskas.

s0001 portret Hitler.jpg

Derde Rijk: supermensen; hakenkruis

Hitler noemt zijn regering het Derde Rijk. Hij voorspelt dat het Derde Rijk duizend jaar stand zal houden, net als het Eerste – het Heilige Roomse Rijk – stand hield van 800 tot 1806, toen Napoleon het ophief.

In zijn boek ‘Mein Kampf’ (1924) legt Hitler uit dat hij het Grote Duitse Rijk wilde herstellen om het ‘superieure’ Duitse volk van voldoende Lebensraum, levensruimte, te voorzien en zijn veiligheid te waarborgen. Hiervoor moet volgens Hitler, de inferieure rassen worden uitgeroeid, waaronder de joden en de zigeuners, evenals de communisten die hij als de vijand beschouwt. Na de onderwerping van de Slavische volkeren, de Untermenschen, zal de vrijgekomen Lebensraum door het Duitse volk, de Ubermenschen, ingenomen worden.

Volgens Hitler is het noodzakelijk om de leiding van dat superieure volk over te laten aan één leider, de Füher.

De Nazi’s gebruiken het hakenkruis, swastika, als symbool: een kruis met aan alle uiteinden een haak. Dit eeuwenoude symbool is voordien wereldwijd in allerlei culturen terug te vinden als teken van levenskracht, heiligheid of geluk.

s0003 hakenkruis_massabijeenkomst_nazi-s

Jodenhaat

Hitler gebruikt de joden als zondebok. Naast het verdrag van Versailles krijgen zij de schuld van de armoede. De haat ten opzichte van joden neemt toe. In 1935 ontnemen de Neurenburger-rassenwetten de joden alle burgerrechten. In 1938 mondt deze haat uit in de gebeurtenissen van de nacht van 9 op 10 november 1938. 17.000 Poolse joden zijn Duitsland uitgezet. Een Poolse jongen in Parijs, wiens ouders ook uit Duitsland zijn verjaagd, schiet uit wraak een Duitse diplomaat dood. De joodse gemeenschap in Duitsland wordt hiervoor zwaar gestraft. Die avond en nacht worden door heel Duitsland joden gemarteld, vermoord en als vee door de straten gejaagd. Joodse synagogen, winkels en gebouwen worden geplunderd en in brand gestoken. Vanwege de vele gebroken ruiten wordt deze nacht ‘Kristallnacht’ genoemd. Na deze gebeurtenis verlaten vele joodse Duitsers het land. Amerika was vaak de gedroomde bestemming.

Annexatie van Oostenrijk; inval in Polen

Op 18 maart 1938 lijft Duitsland Oostenrijk in. In de eerste Wereldoorlog zij Duitsland en Oostenrijk-Hongarije bondgenoten. Door deze Anschluss (aansluiting/annexatie) is Oostenrijk niet langer een zelfstandig land maar een provincie, met de naam Ostmark, van het Duitse Rijk.

In 1935 en 1936 zijn het Saargebied en Rijnland al door Duitsland bezet. Na Oostenrijk volgen het Sudetenland, Tsjecho-Slowakije en het Memelgebied. Op 1 september 1939 vallen de Duitse legers Polen binnen, het wordt gezien als het begin van de Tweede wereldoorlog. Op 3 september verklaren Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog. Nederland stelt zich neutraal op.

Nederland

 

Interbellum

In de periode van het interbellum groeit de bevolking van Nederland net 5 miljoen in 1900 naar ruim 6,5 miljoen na de Eerste Wereldoorlog en bijna 9 miljoen in 1940. Dat betekent dat er gebouwd moet worden. Aan de randen van steden verschijnen gezinswoningen in een groene omgeving. Voor net eerst worden op grote schaal kwalitatief goede woningen voor arbeiders gebouwd. Vanaf 1927 wordt gebouwd aan de Afsluitdijk. Tot aan de jaren dertig kent Nederland economische groei en een gevoel van optimisme over de toekomst. Het zuiden en oosten van het land bleven achter in groei. Ook leven vele arbeiders, voornamelijk in de steden, vaak nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden.

Met name de jeugd geniet in de eerste periode na de Grote Oorlog volop van nieuwe dansvormen zoals de Charleston en de nieuwe mode die opkomt. Zowel de mouwen, rokken als de haren worden korter. Buitenlandse bioscoopfilms inspireren de jonge mensen. Als tegenreactie op deze roaring twenties keren de normen en zijn de jaren dertig, mede door de wereldwijde crisis, weer conservatiever en meer gericht op de eigen volkscultuur, inclusief klompendans en klederdracht. Ergens bij horen geeft houvast en identiteit.

s0010 Lagewaard in Koudekerk..jpg

Gezagsgetrouw

Nederland is in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog conservatief, burgerlijk en zeer gezagsgetrouw. Er is sprake van een standenmaatschappij waarbij men luistert naar mensen met gezag: de koningin, de regering, de baas, de burgemeester, de pastoor, de dominee, de meester, de vader en ga zo maar door.

Verzuild

Nederland is in die jaren stabiel, conservatief, burgerlijk en bovendien verzuild. De samenleving is opgedeeld in verschillende bevolkingsgroepen op basis van politieke of religieuze overtuiging: liberaal, socialistisch, katholiek of protestant. Elke zuil heeft zijn eigen sfeer: eigen voortrekkers, eigen kranten, vakbonden, scholen en (sport-)verenigingen. Er waren zelfs katholieke en protestantse geitenfokverenigingen. De zuilen en dus de betreffende bevolkingsgroepen leven langs elkaar heen en hebben weinig met elkaar van doen.

Ondanks de verdeling in 'zuilen' is er ook duidelijk een nationaal gevoel. Men ontleend een gevoel van nationale verbondenheid aan het Koninklijk Huis en die zaken die boven de politiek uitstijgen zoals het bezit van de koloniën, de KLM, de Zuiderzee werken, het Concertgebouw en zelfs het Nederlandse voetbalelftal.

De crisisjaren in Nederland

De wereldcrisis raakt in 1931 ook de Nederlandse economie en daarmee de mensen zelf. Veel mensen zijn werkloos. In 1935 telt Nederland 8 miljoen inwoners, waarvan 600.000 werkloos. Vier keer zoveel als in 1930. Het kloof tussen de rijken en de armen groeit. Armoede groeit en maakt de mensen ontevreden. De regering heeft geen oplossing, anders dan werklozen een minimale uitkering toe te kennen. Veel vertrouwen heeft de regering niet in haar eigen ingezetenen. Allereerst is de steun niet te hoog, omdat anders de mensen niet actief op zoek zouden gaan naar werk. Het is nauwelijks voldoende voor de huur en een eenvoudige maaltijd. Mensen zijn bovendien verplicht dagelijks één of twee keer stempelen in het stempellokaal om te voorkomen dat ze elders toch ook een bij verdienste hebben.

De regering Colijn(1933-1939) houdt de hand aan de knip, opdat de Nederlandse gulden niet zou devalueren. Die zuinige politiek van ARP-er Hendrikus Colijn, broer van de Alphense burgemeester, krijgt veel kritiek, vooral omdat deze visie de problemen niets oplost. Nederlanders beginnen zelfs te twijfelen aan de parlementaire democratie: toont deze niet de verdeeldheid en het gebrek aan daadkracht?

Nederland staat hier niet alleen in. In heel Europa vragen mensen zich af of democratie wel werkt in tijen van groet economische crisis. Door de opkomst van niet-democratische regimes: het nationaalsocialisme in Duitsland, het fascisme in Italië en het communisme in Rusland wordt Europa meer en meer antidemocratisch. Met enigszins een gevoel van afgunst kijkt Nederland naar Duitsland waar Hitler en de nationaalsocialisten een oplossing hebben gevonden voor de crisis en het land uit het dal is gekropen.

Werkverschaffingsprojecten

Tot aan de 20e eeuw bekommeren met name de armbesturen van kerken en particuliere instellingen van liefdadigheid zich om armen en werklozen. Alleen als de steun onvoldoende is, springt de overheid bij. Vanaf het begin van de 20e eeuw zorgen het rijk en de gemeentes voor aanvullende uitkeringen en werkverschaffingsprojecten. De werkloosheid in de crisisjaren is zo groot dat er grootschalige projecten worden opgezet: het Kralingse Bos in Rotterdam, Het Amsterdamse Bos en de Bosbaan in Amsterdam en niet te vergeten de Oosterbegraafplaats en het Bospark in Alphen.

Werkverschaffing in Alphen aan den Rijn

Ook het nieuwe raadhuis van de Alphen aan den Rijn, dat op 4 maart 1939 officieel wordt geopend, is gebouwd met geld uit de nalatenschap van burgemeester Visser maar ook met geld dat bedoeld is voor de bestrijding van werkloosheid. Onder leiding van Ir. J.D.J. Waardenburg, directeur van gemeentewerken, worden verschillende werkverschaffingsprojecten uitgevoerd. Plannen van de afwerking van het speelterrein bij ‘Bloemhof’ tot de bouw van een nieuw raadhuis. Dit was nodig omdat na de fusie van Alphen met Oudshoorn en Aarlanderveen in 1917 het oude te klein was geworden.

In die tijd wonen er ongeveer 19.000 mensen in de gemeente. Ter vergelijking: in Hazerswoude wonen er in die periode zo’n 4000 mensen.

Waardenburg leidt meer projecten: grond- en ophogingswerken voor de aanleg van straten en pleinen, plantsoenen en wegen; de omlegging van de Aar en verbetering van wegen buiten de bebouwde kom.

Werklozen uit Hazerswoude aan het werk

Vanaf eind juni 1939 worden 28 van de 64 mannen die in Hazerswoude steun trokken ingezet bij de aanleg van het militaire vliegveld Valkenburg. Daar fietsen ze elke dag heen. Andere werklozen werken in de wegenbouw. Ze moeten puin kloppen, helpen met wegverbeteringen en het opknappen van vaartkanten en wegbermen. Hazerswoude is een klasse 8 gemeente, dat houdt in dat de werklozen een uurloon krijgen van 27 cent. Pogingen van B&W om een klasse 7 gemeente te worden, met een uurloon van 30 cent, mislukken. In de maand augustus worden 39 mannen ingezet bij de werkverschaffing. De gemeente trekt ook fl. 12.000 uit voor de aanleg van een weg in het Rietveld om zo de werklozen aan een baan te helpen. Dit project komt echter niet van de grond.

De werkgelegenheidsprojecten zijn niet onomstreden. Het werk is zwaar, de omstandigheden erbarmelijk en de beloning net genoeg om met een gezin van rond te komen. Pas als eind jaren dertig de wereldeconomie zich wat herstelt, neemt de werkloosheid in Nederland ook wat af.

Neutraal

Wat er in het Duitsland van Hitler gebeurt, gaat niet ongemerkt aan Nederland en de andere landen voorbij. De Nederlandse regering is heilig van plan zich als onpartijdig op te stellen en dat ook dit keer weer de neutraliteit van het land gerespecteerd zal worden. Net als tijdens de Grote Oorlog, later de Eerste Wereldoorlog genoemd. Het zou dan wel loslopen met de oorlogsdreiging voor Nederlands zelf. Halverwege de tweede helft van de jaren dertig neemt de oorlogsdreiging steeds meer toe. Dat ziet men ook in Nederland in. Een dreigende nieuwe, grote oorlog in Europa is niet langer ondenkbaar.

In 1937 worden instructies voor overheidsfunctionarissen hoe te handelen indien Nederland bezet zou zijn door een vreemde mogendheid bekend gemaakt: zij dienen in hun functie te blijven en met de bezetter samen te werken zolang het landsbelang daarmee meer gediend is dan met hun vertrek.

Voorbereidingen op een oorlog

Geheel in de sfeer van neutraliteit bereidt Nederland zich toch voor op een mogelijke oorlog. Er worden maatregelen genomen op het gebied van distributie en luchtbescherming en evacuatie van de burgerbevolking in verband met de landsverdediging wordt voorbereid.

In alle gemeentes luchtbeschermingsdiensten opgericht. In Alphen en andere gemeentes worden distributiekantoren opgericht. Ter voorbereiding op distributie krijgen de mensen in Nederland een distributiestamkaart waarmee de burger bonnen of bonkaarten kon verkrijgen bij het distributiekantoor. In 1939 ging als proef suiker op de bon. De overheid probeerde met maatregelen ook prijsopdrijving en hamsteren te voorkomen.

Opvang van Joden in Nederland

Hitler gebruikt de joden als zondebok. Naast het verdrag van Versailles krijgen zij de schuld van de armoede. De haat ten opzichte van joden neemt toe. In 1938 mondt deze haat uit in de gebeurtenissen van de nacht van 9 op 10 november 1938. Die avond en nacht worden door heel Duitsland joden gemarteld, vermoord en als vee door de straten gejaagd. Joodse synagogen, winkels en gebouwen worden geplunderd en in brand gestoken. Vanwege de vele gebroken ruiten wordt deze nacht ‘Kristallnacht’ genoemd.

Na deze gebeurtenis verlaten vele joodse Duitsers het land. Nederland ontvangt de voor de naziterreur gevluchte joden niet echt met open armen. In Nederland is door de slechte economische situatie een grimmige stemming ontstaan, ook ten aanzien van vreemdelingen. Bovendien wil de regering op goede voet met de Duitsers blijven. Op 15 december 1938 gaan de Nederlandse grenzen dicht. Nederland bestempelde Joodse vluchtelingen als ongewenste vreemdelingen. Zij moeten worden ondergebracht in één groot vluchtelingenkamp. Daarvoor wordt in 1939 het Drentse kamp Westerbork gebouwd.

Nederlandse leger

Het Nederlandse leger is sinds de 19e eeuw nauwelijks gemoderniseerd. Er is tot de jaren dertig geen noodzaak toe. Nederland was immers een neutraal land. De regering hinkt op twee gedachten: neutraal blijven of bewapenen? Hierdoor gaat Nederland veel te laat over op het vernieuwen van het sterk verouderde oorlogsmateriaal. De zwakke positie van de Nederlandse verdediging wordt nauwelijks versterkt.

Generaal Winkelman

Generaal Izaäk Reijnders en de Nederlandse regering liggen eind 1939 in de clinch over waar een eventuele Duitse aanval gekeerd zou moeten worden. Uiteindelijk kunnen Minister van Defensie Dijxhoorn en de generaal het niet eens worden over het strategisch beleid. Reijnders wordt ontslagen, in januari 1940 gevolgd door de benoeming van Henri Gerard Winkelman (1876-1952) tot opperbevelhebber van Land- en Zeemacht. Hij is in 1934 al gepensioneerd, nadat hij de race voor de functie van chef-staf van zijn voorganger verliest.

Winkelman is een bescheiden en rustig man die gezag en vertrouwen uitstraalt. Hij begint met inspectiebezoeken en schrikt van wat hij aantreft. Nederland rekent zich op dat moment rijk met hun onneembare Grebbe- en Waterlinie. Daarbij werd over het hoofd gezien dat veel Nederlandse soldaten geen geschikt uniform dragen, dat hun geweren van Oostenrijkse makelij zijn en uit 1890 dateren en voorraden nergens op peil zijn.

Winkelman zoekt ook contact met Engeland en Frankrijk. Bij een aanval op Nederland zou onmiddellijk om steun gevraagd worden. Op 23 maart 1940 ondertekent H. Winkelman een document met daarin een opsomming van de benodigde middelen. De Franse en Engelse militaire attachés bieden dit document aan hun regering aan. De periode om de strijdkrachten op niveau te brengen zou te kort blijken.

Verouderd materieel

Na de Anschluss van Oostenrijk en de annexatie van een deel van Tsjecho-Slowakije in 1938 wordt de noodzaak tot het versterken van de defensie nog duidelijker. Flinke bedragen worden beschikbaar gesteld voor de landsverdediging. Het is echter te laat. Nederlandse orders hebben geen prioriteit bij buitenlandse wapenleveranciers. Sommige wapenorders worden bij het Duitse Krupp geplaatst. Hoewel de Duitse regering deze orders aanvankelijk goedkeurt, wordt er echter nooit geleverd. De Duitsers houden de Nederlanders constant aan het lijntje. Als dat bij de Minister van Oorlog doordringt, is het al te laat om in andere landen wapens te bestellen. Nederland is voor zijn defensie grotendeels op zichzelf aangewezen. Het kleine maar moderne Nederlandse leger waarvan men op papier uitgaat, is slechts dat: een papieren leger.

De beschikbare wapens waren zeer verouderd. Karabijnen, geweren en kanonnen dateerden nog uit de negentiende eeuw. Geschikt veldgeschut werd uit het legermuseum gehaald. Het had geen adequate verbindingsmiddelen. Er waren te weinig goede gevechtsvliegtuigen. Wel had het Ministerie van Oorlog wat modern antitank- en luchtafweergeschut en 39 moderne pantserwagens kunnen aanschaffen.

Onderofficieren en manschappen waren onvoldoende opgeleid, hadden weinig benul van luchtgevaar en camouflage en toonden zich niet alert.

Verdedigingslinies

Neutraal of niet, de Nederlandse regering wist dat een mogelijke aanval uit het oosten zou komen. In 1936 werd tot het versterken van de Nederlandse verdedigingslinies besloten, zoals de Vesting Holland en een eventuele opmars door de Peel minder aantrekkelijk te maken. Wegversperringen, landmijnen en het opblazen van bruggen moesten een opmars stuiten.

De meest moderne en sterkste verdedigingswerken lagen op de Afsluitdijk. De oudste linie was de (Nieuwe) Hollandse Waterlinie. Deze liep van het IJsselmeer tot aan de Biesbosch. Het was de bedoeling dat over het gehele gebied een geïnundeerd gebied zou ontstaan van ten minste enkele kilometers breed. Het water op deze gebieden zou 30-40 centimeter diep moeten zijn: te diep om met infanterie doorheen te gaan en te ondiep voor normale vaartuigen.

Mobilisatie

De mobilisatie van het Nederlandse leger begint op 1 augustus 1939 met het oproepen van dienstplichtigen en verlofgangers. Zij hebben de taak voorbereidingen te treffen voor het op voet van oorlog brengen van het leger. Op 24 augustus wordt gezien de internationale spanningen de voormobilisatie afgekondigd.

Op 27 augustus kondigt Hitler aan dat hij op 1 september Polen zal annexeren. Dit ondanks Amerikaans aandringen om de agressie te staken en geen andere landen innen te vallen. Op 28 augustus kondigt de Nederlandse regering een algemene mobilisatie af. Vanuit Den Haag wordt naar de burgemeesters in het hele land het bericht gestuurd dat de oorlogsdreiging acuut is geworden. Generaal Izaäk Reijnders wordt benoemd tot opperbevelhebber van Land- en Zeemacht. Duizenden mannen worden teruggeroepen. In veel dorpen, zoals Koudekerk wordt die dag Koninginnedag gevierd. Daar ontstaat veel tumult als de mobilisatie op aanplakbiljetten bij het gemeentehuis te lezen is. Veel jonge mannen, ook uit de dorpen van de huidige gemeente, moeten direct hun spullen pakken en vertrekken naar hun kazerne.

Door een van te voren opgesteld plan voor de spoorwegen kunnen grote groepen militairen zo snel mogelijk naar hun bestemming worden gebracht. Dat ging vanzelfsprekend ten koste van het personen- en goederenvervoer. Heel Nederland stond op zijn kop.

Aan de slag

Na de mobilisatie moeten 150.000 mannen worden geregistreerd, gekeurd, ingedeeld, gelegerd, gevoed en van wapens, kleding en uitrustingsstukken worden voorzien. Het leger had een lange boodschappenlijst: 33.000 paarden voor de cavalerie en om kanonnen te trekken, 7000 auto’s, die grijs-groen geverfd en van nieuwe nummerplaten worden voorzien, honderden legeringsgebouwen, waarvoor veel scholen en bollenschuren worden gevorderd. Het Nederlandse leger vordert duizenden paarden. Vele boeren uit de Rijnstreek krijgen de oproep zich op een bepaalde dag met hun paard te melden voor een keuring op het Schuttersveld in Leiden. De meesten zijn aan het eind van de dag hun paard kwijt aan het leger.

De Nederlandse rijwielfabrieken leveren 28.000 fietsen. Vijftien treinen worden klaargemaakt voor het vervoer van gewonden van het front naar ziekenhuizen. Er wordt ook een aantal schepen ingericht als hospitaal. De in omloop zijnde stafkaarten blijken veel te klein en vooral sterk verouderd. Kortom: een gigantische klus en lang niet alles loopt van een leien dakje.

Het binnenvallen van de Duitsers in Polen op 1 september 1939, het officiële begin van de Tweede Wereldoorlog, brengt alles in een stroomversnelling. Stellingen en kazematten (loopgraven) worden uit de grond gestampt. Er komen openbare schuilkelders, forten, mitrailleursnesten en artilleriestellingen. Belangrijke gebouwen worden beschermd met zandzakken. De Nederlandse marine is bezig met het leggen van mijnenvelden voor de Nederlandse kust en het bewaken van de grote waterwegen. Ter aanvulling van de kustbewaking worden twintig vissersschepen gevorderd.

Jan Soldaat

Er is in de bestaande kazernes onvoldoende plaats voor al die teruggeroepen mannen. Velen worden ondergebracht in schuren, scholen of gebouwen zoals Flora in Boskoop. Daar wordt een veterinair hospitaal ingericht voor paarden.

Jan Soldaat vormt een bont allegaartje. Veldkijkers en andere kleine, tot de uitrusting behorende voorwerpen kunnen nog wel worden gekocht, uniformen zijn echter nauwelijks voorradig. De opgeroepen mannen moeten hun eigen kloffie meebrengen. Dit is in de loop der jaren vaak te klein geworden. Vervangende kleding ontbreekt, hoewel er hard aan gewerkt wordt. Het leger kent twee maten zegt men: te groot en te klein. Ontbrekende kledingstukken worden uit de eigen garderobe aangevuld. Van een wachtpost met een bolhoed kijkt men niet op. Heel het land helpt mee ‘de jongens’ te verzorgen. ‘Met de breipen in de hand, dient men ook het vaderland!’ Onder dit motto breien vrouwen en meisjes sjaals, wanten, kousen en kniestukken. In februari 1940 wordt de landelijke actie ‘Breien voor militairen’ afgesloten. In Hazerswoude-Dorp zijn 167 paar wanten en 81 helmmutsjes gebreid. De dames in de Groenendijk hadden ook een aanzienlijk aantal kledingstukken geproduceerd.

Plotseling moet het Nederlandse leger vele extra monden. De inkopers van het leger hebben tonnen peulvruchten ingeslagen, dus staat er heel vaak erwtensoep of bruine bonen op het menu. De bijnaam van soldatenkost ‘rats, kuch en vooral heel veel bonen’ luidde niet voor niets zo.

Optimisme

In het liedje ‘Rats, kuch en bonen’ dat Lou Bandy zong, wordt heel aardig de sfeer en optimistische houding van Nederland en Jan Soldaat beschreven.

https://www.youtube.com/watch?v=rE5JJKqEZI8

Wat doe je zo’n dag?

In totaal telt het Nederlandse leger na de mobilisatie 280.000 manschappen. De mannen die gemobiliseerd zijn weten niet tot wanneer zij in dienst zullen zijn. De legerleiding roept geen einddatum en de soldaten fantaseren er maar wat op los variërend van een aantal weken tot vele jaren.

Soldaat zijn betekent niet direct een volledige dagtaak. Zeker niet voor die militairen die niet in een kazerne zijn gelegerd. Verveling ligt op de loer, met alle negatieve gevolgen van dien. O en O, de afdeling Ontwikkeling en Ontspanning van het leger is belast met de organisatie van activiteiten om het moreel onder de manschappen p peil te houden.

Op 7 oktober 1939 wordt het 3-1 Auto Bataljon in Alphen en omgeving ingekwartierd. De herstellingsploeg van het Auto regiment in Alphen zelf, de staf van het Auto regiment, de sectie Paarden Vervoer en de compagnieën van het vijfde en zesde  Auto Bataljon waren onder andere in Zwammerdam gelegerd. Er wordt in Alphen een commissie in het leven geroepen met als doel het leven van de gemobiliseerde, vaak jonge, mannen te veraangenamen. Er worden opleidings- en vormende activiteiten aangeboden. Ze kunnen hun Middenstandsdiploma halen, lid worden van een militaire zangvereniging, sporten op de velden van de plaatselijke sportverenigingen of op excursie naar lokale bedrijven of de Nieuwkoopse plassen. Veel militairen maken gebruik van het aanbod. Ook de burgers hebben plezier van deze activiteiten. Ze genieten volop van de uitvoeringen van de militaire zang- of toneelvereniging en het strijkorkestje.

In Boskoop wordt gebouw Fora gevorderd om er een veterinair hospitaal voor paarden in te beginnen.

Luchtwachtdienst

Op strategische plaatsen in Nederland zijn luchtwachtdiensten geïnstalleerd. Na de annexatie van Oostenrijk in 1938 worden alle luchtwachters opgeroepen om in werkelijke dienst te komen en niet langer op vrijwillige basis te werken. Na de annexatie van Tsjecho-Slowakije in 1939 worden alle vrijwillige dienstverbanden omgezet in werkelijke. Net als de militairen worden ook de luchtwachters op 24 augustus 1939 gemobiliseerd. Op 8 december 1939 is de luchtwachtpost in Koudekerk op de vereiste sterkte van 22 man.

In Alphen, Koudekerk en Hazerswoude zijn afdelingen Luchtwachtdienst van het Vrijwillig Landstormkorps. De commandant moet oud-militair zijn en is verantwoordelijk voor de opleiding van de luchtwachters. De mannen dragen uniformen als ze dienst hebben. Nederlandse militairen gebruiken in 1940 de hallen van kwekerij Mesman om het vliegverkeer boven Boskoop te observeren. De informatie wordt doorgegeven aan het hoofdkwartier.

Luchtwachtdienst in Koudekerk en Hazerswoude.

In de zomer van 1939 ontvangt de Gereformeerde kerk Koudekerk-Hazerswoude in Koudekerk een verzoek van de afdeling Luchtwachtdienst te ’s-Gravenhage van het Vrijwillige Landstormkorps om in de kerktoren een uitkijkpost van de luchtwacht in te richten. Deze moet vliegtuigen waarnemen en die waarnemingen moeten worden doorgegeven aan de legerleiding. De kerktoren biedt ruim zicht op Schiphol en de vliegvelden rond Den Haag: Ypenburg, Ockenburg en het in aanbouw zijnde Valkenburg. De kerk krijgt voor het verhuren van de toren een vergoeding van fl. 5 per week als er dag en nacht gepost wordt en fl. 3 als dit alleen overdag gebeurt.

Hoewel de Kerkenraad erkent dat de toren van de Gereformeerde kerk een geschikte locatie is, zag de raad ook gevaren. In oorlogstijd zal de toren een doelwit kunnen vormen. Er is echter geen alternatief. Die toren van de Hervormde kerk even verderop is namelijk van boven dicht.

Jan van der Sterre is sergeant en postcommandant. In Koudekerk zijn in 1940 drie ploegen van acht man onder leiding van de korporaals J. Hortensius, W. van Vegten en D. Vergunst.

In Hazerswoude-Dorp is de toren van de Nederlands Hervormde Kerk aangewezen als uitkijkpost. Er wordt in drie ploegen wacht gelopen van 8 uur ’s avonds tot 6 uur ’s morgens. Alles wat gesignaleerd wordt, staat genoteerd in een logboek. De telefoondienst, vaak bezet door vrouwen, zit in het gemeentehuis aan de overkant in de Dorpsstraat. Voor de 15 mei 1940 worden daar verdachte vliegbewegingen aan Den Haag doorgegeven, tijdens de bezetting aan de Duitsers.

Luchtbeschermingsdienst

In 1936 is de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming opgericht. De Nederlandse regering stimuleert burgemeesters om een plaatselijke afdeling van de L.B.D. op te richten. De vereniging heeft tot taak de burgerbevolking voor te lichten over de wijze waarop men zichzelf kan beschermen bij een mogelijke vijandige luchtaanval. Dit moet gebeuren in de vorm van brochures, lezingen, het organiseren van cursussen enz. Om de mensen tijdig te alarmeren bij een luchtaanval wordt het luchtalarm ingesteld. Sirenes gaan loeien als er vijandelijke vliegtuigen naderden. Mensen moeten dan hun schuilkelder of -plaats opzoeken.

Na de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 worden in steden op grote schaal schuilkelders gebouwd. In Hazerswoude-Dorp was er al een onder de Gemenewegsebrug. Deze was zo’n 90 meter lang en 45 meter breed en had stalen deuren.

Rondom de steden komt luchtdoelgeschut te staan zoals op de Achthovenerweg in Leiderdorp en bij de Gouwsluis in Alphen. Burgers worden geadviseerd noodrantsoenen klaar te hebben staan en een vluchtkoffertje met belangrijke papieren.

Oefenen en nog eens oefenen

In alle dorpen wordt geregeld geoefend. Op 4 september stond in de Rijnbode: Een dezer dagen zal in onze gemeente een groote oefening worden gehouden voor den Luchtbeschermingsdienst en de daarmee verbonden hulpdiensten. Het ligt niet in de bedoeling verduistering toe te passen, doch wel zal het sein ‘Luchtgevaar’ worden gegeven. Aan het einde van de oefening worden de kerkklokken geluid.

Bij andere gelegenheden wordt juist wel de verduistering geoefend. Leden van de luchtbeschermingsdienst lopen door het dorp en keken of er voldoende verduisterd is, het zogenaamde kieren kijken. Tegen enkele automobilisten en wielrijders wordt proces-verbaal opgemaakt, omdat hun lichten onvoldoende verduisterd zijn. Ook koplampen en fietslichten moeten grotendeels worden afgedekt. Slechts door een smalle spleet mag licht te zien zijn. Tijdens een oefening gaan ook alle straatlantaarns uit.

De verduistering van ramen moet voorkomen dat een aanvallende macht zich in de nacht kan oriënteren. Dorpen en steden zijn dan vanuit de lucht nauwelijks of niet meer te zien zijn. De mensen moeten zware gordijnen hebben of de ramen dichtplakken met stevig zwart of blauw papier. Ramen die weinig functie hebben worden simpelweg dichtgetimmerd met triplex.

De leden van de Luchtbeschermingsdienst zijn herkenbaar aan een band om de arm. Deze zijn aanvankelijk van stof, die snel vies worden en bovendien kreukelen waardoor ze onleesbaar worden. In november 1940 worden ze vervangen door geëmailleerde mouwschilden. Dorpen zijn onderverdeeld in blokken, elk met een blokhoofd. De blokorganisaties moeten in eerste instantie bij noodgevallen de bewoners in het eigen blok te hulp schieten.

Luchtbeschermingsdiensten in Koudekerk en Hazerswoude

In 1939 worden zowel in Koudekerk als in Hazerswoude officiële afdelingen van de Luchtbeschermingsdienst opgericht. Ook voor die tijd wordt er in de gemeente Hazerswoude al gewerkt aan de bescherming van de burgers. Er worden 28 gasmaskers aangeschaft en in het voorjaar van ’39 wordt een verduisteringsproef gehouden. Niet iedereen is bereid daar aan mee te doen. Een onwillige ingezetene van Hazerswoude, die twee ramen had waaruit volop licht straalde, die ‘met dien rommel niets te maken wilde hebben’, hoorde 3 weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf tegen zich eisen. Hij werd veroordeeld tot fl. 5 boete of 5 dagen hechtenis en een voorwaardelijke straf van 3 weken met een proeftijd van drie jaar’, vermeldde het Leidsch Dagblad. De verduisteringsproef in de maand januari daarvoor is ook al niet vlekkeloos verlopen. De heer De Groot viel bij het waarschuwen van een schipper bij de watertoren in de Rijn in het water. De schipper wist hem tijdig op het droge te krijgen. Een kantonnier van Provinciale Waterstaat fietste in de buurt van Zoeterwoude met zijn fiets in een diepe sloot. Ook hij kwam met de schrik en een nat pak vrij.

Op 16 januari 1940 vindt de eerste bestuursvergadering van de Nederlandsche Vereeniging van Luchtbescherming afdeling Hazerswoude plaats. Burgemeester A. Warnaar zelf opent de bijeenkomst. Hij spreekt de hoop uit dat het werk van de luchtbescherming overbodig zou zijn. Het achtkoppige bestuur bestond uit vier leden van de Rijndijk en vier uit het Dorp. Er waren twee voorzitters, twee secretarissen, twee penningmeesters en twee propagandisten. Dit alles onder leiding van eerste voorzitter Cor van Dam uit de Groenendijk. De vrijwillige vrouwelijke hulp en de bloedtransfusiedienst vallen ook onder de Luchtbeschermingsdienst. Jan Dekker, gemeenteopzichter en gemeentearchitect van Hazerswoude, Zegwaart en Zoetermeer, commandant van de Burgerwacht en de brandweer, wordt ook hoofd van de Gemeentelijke Luchtbeschermingsdienst in Hazerswoude was. De eerste opdracht voor de bestuursleden is het werven van leden voor de luchtbescherming. Ook ‘zeer onvermogende leden’ worden toegelaten voor een contributie van minimaal 25 cent. Voor die leden kunnen beide voorzitters om gemeentesubsidie vragen tot maximaal 50 cent per lid. Voor dat geld krijgen de leden onder andere het blad ‘Luchtgevaar’. Hierdoor bleven ze op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

De Luchtbeschermingsdienst in Benthuizen

In juli 1939 is er een bijeenkomst van de Luchtbeschermingsdienst in de Christelijke School. Die avond wordt uit de doeken gedaan welke gevaren de bevolking uit de lucht kan verwachten en hoe de bevolking zelf een rol kan spelen binnen de beschermingsdienst. Op die avond geven ruim 60 personen zich op als lid, voldoende om een eigen afdeling op te richten. In september 1939 had de dienst zo’n 100 leden. Voorzitter was T. Bijlsma. 2e voorzitter G. van Staalduinen.

De eerste oefening is met de leden zelf om te zien of iedereen begrijpt hoe te handelen in zijn functie: brandweer, EHBO etc. In december 1939 is er een avond met lichtbeelden voor de Benthuizenaren in café “De Zwaan’ over de verschillende soorten van bomaanvallen en op welke wijze men zich tegen de uitwerking hiervan kan beschermen. Iedereen wordt opgeroepen een EHBO diploma te halen.

De Luchtbeschermingsdienst in Benthuizen behoort tot de Kring Gouda en doet dienst in molen De Haas. Direct onder de kapzolder waren enkele ramen gemaakt om dorp en omgeving in de gaten te houden. Na de oorlog zijn die ramen weer dichtgemetseld.

De Radioluisterdienst zit in de openbare school. Daar zijn de ruiten beschermd met plakband zodat ze niet uit de sponningen zouden vallen bij een luchtaanval. Tussen molen en school zal wel een telefoonverbinding zijn geweest. De Radiodienst geeft de meldingen door aan ‘Den Haag’.

n Hazerswoude.

NSB

Het nationaalsocialisme krijgt in Nederland voorzichtig gehoor. Ook hier spelen vergelijkbare zaken als In Duitsland: een ontevreden bevolking, een regering die de problemen niet slagvaardig genoeg aanpakt en de angst voor het ‘rode gevaar’, het communisme en de verspreiding van communistische ideeën

Mussert

Op 4 december 1931 richt Anton Mussert samen met Cornelis van Geelkerken de Nationaal Socialistische Beweging op. Mussert (1894-1946) werd de leider. Hij is vanaf 1920 ingenieur bij Rijkswaterstaat. Het partijprogramma van de Nationaal Socialistische Beweging, NSB, is grotendeels een kopie van Hitlers NSDAP, maar dan zonder de rassenleer en het antisemitisme. Het leidend beginsel is: voor het zedelijk en lichamelijk welzijn van een volk is een krachtig staatsbestuur nodig, zelfrespect van de natie, tucht, orde, solidariteit van alle bevolkingsgroepen en het voorgaan van het algemeen, nationaal belang boven het groepsbelang en van het groepsbelang boven het persoonlijke belang.

Symbolen; grote bijeenkomsten

De partij gaat niet direct voortvarend van start. De eerste landdag wordt pas gehouden op 7 januari 1933, in Utrecht. Het partijblad ‘Volk en Vaderland’ wordt daar ten doop gehouden. Op de Utrechtse Mariaplaats marcheren de eerste formaties van de Weerbaarheidsafdeling van de NSB (de ordedienst en knokploeg), mannen in zwarte uniformen. Op die dag zijn kreten te horen als: sterke regering, geen individualistisch kiesrecht, economie in dienst van de volksgemeenschap, arbeidsplicht en inperking van de vrijheid van drukpers.

Het ledental groeit na 1933 explosief. In dat zelfde jaar wordt het lidmaatschap van de NSB voor ambtenaren verboden. Vakbonden en diverse kerkgemeenschappen waarschuwen hun leden voor e de gevaren van NSB. De NSB is onderverdeeld in veertien districten (de elf provincies en Amsterdam, Rotterdam en Den Haag). Een district bestaat uit een aantal kringen. Zo behoort Koudekerk tot de kring Alphen. Van 1936 tot mei 1940 worden openluchtbijeenkomsten gehouden, NSB-landdagen op de Goudsberg in Lunteren. De toespraken van Mussert krijgen de naam Hagepreken mee.

Van Geelkerken is de eerste die met gestrekte rechterarm omhoog de groet ‘Hou-Zee’ gebruikt. In het centrum van de NSB vlag is de prinsenvlag te zien: oranje-blanje-blue: oranje-wit-blauw. Deze werd door de orangisten waaronder de watergeuzen, tijdens de Tachtigharige Oorlog gebruikt.

 Verkiezingen

Het ledental van de NSB groeit de eerste jaren explosief. Bij de Statenverkiezingen in april 1935 krijgt de partij 7,94% van de stemmen. Eind 1935 komt de ommekeer. De radicalisering van de partij doet mensen zich van de partij afkeren. Mussert verklaart zich en de partij solidair met Hitler en Mussolini. Rost van Tonningen doet zijn intrede in de partij en met hem het felle racisme en antisemitisme. Nog meer mensen keren de NSB de rug toe. Toont Mussert zich een meer gematigde leider, Rost van Tonningen is een felle nazi. De partij krijgt in 1937 slechts de helft van het aantal stemmen van 1935, namelijk 4,22%. Bij de Statenverkiezingen van 1939 krijgt de NSB nog slechts 3,89% van de stemmen.